Teugeldrukmeter: ik kan niet toveren. En jij ook niet.

Gisteren ben ik bij de clinic van Roos Dyson en Menke Steenbergen met de teugeldrukmeter geweest. Het was echt verfrissend om hen bezig te zien, en wat een mooie combi van sport & wetenschap! Het leuke van werken met de teugeldrukmeter vind ik dat het zo duidelijk en straight forward is.

Niks geen gehannes over gevoel met verschillende interpretaties; paardrijden moet zo simpel mogelijk zijn. Je geeft één hulp, dus één signaal, en je verwacht één antwoord.

Planmatig rijden

De teugeldrukmeter helpt om planmatig te rijden. Voor mij is de kern van paardrijden vooral: niet te veel doen. Je houdt je zit zo neutraal mogelijk, je benen horen niets te zeggen en je teugeldruk is niets meer of minder dan een lichte aanleuning. Pas als je een hulp wilt geven, doe je iets.

Eh wacht, aanleuning?

Toen ik begon met rijden, vond ik het begrip aanleuning een verwarrende, mysterieuze term. Het leek wel alsof iedereen er iets anders onder verstond. Bovendien deden sommigen een beetje interessant met die onduidelijkheid: je zou minstens net zoveel ervaring moeten hebben als hen om te kunnen begrijpen wat het precies inhield.

Allemaal flauwekul, natuurlijk. Zoals m’n vriend Albert eens zei: “Als je het niet aan een zes-jarige kan uitleggen, snap je het zelf niet”. Sinds ik met teugeldrukmeting werk, weet ik dat de uitleg eigenlijk poepsimpel is. Aanleuning is namelijk niet meer dan een lichte, maar continue druk op je teugel van ongeveer een halve kilo trekkracht. Deze teugeldruk zorgt ervoor dat het paard weet dat de ruiter er is en dat de ruiter niets meer vraagt dan gewoon doorgaan met waar het paard mee bezig is.

Twee simpele aanwijzingen

Dat het gelukkig ook anders kan dan zo zweverig praten over aanleuning, lieten de ruiters, Menke en Roos goed zien. Tijdens de clinic reed er een leergierige en spontane ruiter met een flink paard mee. In het begin maakte het paard wat onrustige bewegingen met het hoofd en de teugeldrukmeter liet veel pieken zien, met bovendien een groot verschil tussen links en rechts. Menke gaf de ruiter aanwijzingen, zodat zij het paard kon leren wat hij precies moest doen. Die aanwijzingen kwamen neer op twee dingen die de ruiter kon doen:

  • Voor een stabiele en constante lichte aanleuning zorgen
  • Vanuit de aanleuning één duidelijk signaal afgeven. Als het paard goed reageert, supersnel de druk eraf halen.

Het paard geeft het grootste compliment

Het mooie was dat deze ruiter zó snel zoveel bijleerde! Nadat ze klaar waren, wilde ze het paard nog een goede cooling down geven en een stukje met lossere teugel draven. Het paard had alle vrijheid om zelf z’n houding en tempo te kiezen, maar opeens zagen we dat er niets veranderde! Ondanks dat er geen teugeldruk meer was, liep het paard nog steeds de sterren van de hemel met een perfecte houding en perfect tempo. “Dat is het grootste compliment dat je kan krijgen van je paard,” aldus Menke.

Echt een aanrader dus om meer te doen met deze kennis. We hoeven aanleuning niet als toverwoord te gebruiken. Als iedereen weet wat het betekent, zijn we weer een stapje dichterbij duidelijke communicatie tussen mens en paard.

Bewaren

Bewaren

Bewaren