Wetenschap: Rollkur en welzijn

In 2014 heb ik onderzoek gedaan naar rollkur bij dressuurpaarden. ‘Hyperflexie’, zoals dat netjes heet. In deze blog laat ik zien wat ik gevonden heb over feiten en meningen van anderen: van juryhandleidingen tot wetenschappelijke publicaties en van de visie van Sjef Janssen tot die van Paul McGreevy.

Hierna beschrijf ik in mijn volgende blog hoe mijn eigen onderzoek op dressuurwedstrijden verliep en hoe de hoofdhalshouding LDR in het verhaal past.

Hyperflexie en yoga

Wat is het precies? Hyperflexie is een bepaalde hoofdhalshouding van het paard waarbij het neusbeen (de paarse lijn) achter een rechte lijn naar beneden (de zwarte lijn) valt. Het hoofd buigt dus naar de borst toe, zoals je in de afbeelding kunt zien. De houding is niet per definitie vreemd of dieronvriendelijk. In het wild doen ze het zelf namelijk ook, bijvoorbeeld tijdens bokken. In vrijheid past een paard de hoofdhalshouding continu aan, afhankelijk van de gang en het tempo (McGreevy et al., 2010). Welke hoofdhalshouding dan ook, afwisseling is voor het paard dus altijd een vereiste.

Ik zie overeenkomsten tussen hyperflexie voor paarden en yoga voor mensen. Eigenlijk is het een soort rekoefening, waarbij de hals en ruggengraat op spanning komen te staan en daar is niets mis mee. Ik ervaar het zelf ook, zoals op de foto. Ik lig in een typische yoga-houding, de Ploeg genaamd. Mijn spieren en ruggengraat hebben langzaam aan de houding kunnen wennen en daardoor is het en heerlijke rekoefening met de kin op de borst. Ik ben zeker geen getrainde yogi, dus ik doe dit met beleid en met liefde voor mijn lichaam. Zodra ik voel dat het ongemakkelijk wordt, kan ik er zelf uitrollen. Maar hoe zit het met yoga/hyperflexie in de paardenwereld?

paard-rollkur2

Paard in hyperflexie: de zwart lijn loopt loodrecht aan de grond en de paarse lijn volgt het hoofd van het paard. Hyperflexie gaat om de hoek tussen deze twee lijnen.

De regels van dressuur versus de controverse

De regels schrijven voor dat hyperflexie niet thuis hoort in de dressuurproef. Tijdens de proef moet het hoofd namelijk altijd vóór de loodlijn blijven: in de wedstrijdhouding. De nek, het gewricht tussen schedel en eerste halswervel, hoort op wedstrijd altijd het hoogste punt van de hals te zijn (FEI, 2014). De praktijk laat alleen wel een ander beeld zien. Tijdens veel proeven rijden ruiters nog steeds in hyperflexie, terwijl dit eigenlijk niet volgens de regels is. Hiernaast zetten ruiters het vaak in tijdens training en losrijden.

Hyperflexie is al jaren lang een onderwerp van felle discussie. Ruiters, trainers en liefhebbers hebben allemaal een gepeperde mening. Voorstanders zeggen dat de houding goed is voor de bespiering en dat deze het paard extra ‘los’ maakt, terwijl tegenstanders zich zorgen maken over het welzijn van de paarden. De discussie begon jaren terug en in 2006 kwam de FEI, de internationale overkoepelende organisatie voor paardensport, met hun eerste verklaring wat betreft deze houding: er is meer onderzoek nodig voor een definitief antwoord. Na de start van de wetenschappelijke ontdekkingsreis, besloot de FEI samen met ruiters, trainers en wetenschappers dat rollkur een techniek is die met agressieve kracht tot stand komt en daarom tijdens het losrijden verboden werd (FEI, 2010).

Kennis vanuit de wetenschap

Vanwege de discussie keek de ruitersport naar de wetenschap. Meer meten en meer kennis zouden kunnen bijdragen aan een definitieve uitspraak. Vele onderzoekteams hebben zich er dus over gebogen: is hyperflexie nu wel of niet schadelijk voor het welzijn van het paard?

De meeste wetenschappelijke onderzoeken geven aan dat hyperflexie weinig voordelen heeft. De spieren van rug bewegen minder soepel (Rhodin et al., 2005), het paard verplaatst het gewicht niet extra naar de achterhand in vergelijking met de wedstrijdhouding (Weishaupt et al., 2006) en helaas traint hyperflexie vooral onderhalsspieren in plaats van de gewenste toplijn (Kienapfel, 2014). Hier tegenover staat het onderzoek van Gomez Alvarez et al. uit 2006, waarin de resultaten lieten zien dat de rug juist meer beweegt in hyperflexie. Het is opvallend dat er tegenstrijdige resultaten verschijnen, maar het aantal onderzoeken dat een positief effect van hyperflexie laat zien is een stuk kleiner het aantal dan het aantal dat een ongewenst effect laat zien.

Verschillende onderzoekers hebben daarnaast de ‘bijwerkingen’ van hyperflexie onderzocht. Door typische stressgedragingen te observeren en het stresshormoon cortisol te meten, komt meestal naar voren dat de hoofdhalshouding voor meer stress zorgt, zoals bleek in het onderzoek van Christensen et al. uit 2014. De studie van von Borstel et al. (2009) onderzocht stress op een iets andere manier: als een paard binnen de onderzoeksopzet zelf de keuze kan maken, lopen ze liever met de neus vóór de loodlijn. Bovendien lieten de resultaten zien dat paarden in hyperflexie angstiger reageerden op nieuwe en enge prikkels.

De lichamelijke risico’s van hyperflexie zijn ook onderzocht. De studies bijvoorbeeld van Sleutjens et al. (2012) en van Cehak et al. (2010) vonden beiden problemen met de ademhaling tijdens hyperflexie. Een ander onderzoek focuste zich op de gevolgen voor de nekband. Het elastiek tussen schedel en hals blijkt meer op spanning te staan als ls het hoofd naar binnen gebogen is (Elgersma et al., 2010).

Dus: wel of niet?

En wat hebben al deze onderzoeken als conclusie? Dit is een lastig punt. Soms geeft het ene onderzoek immers het tegenovergestelde aan van het andere. De onderzoeken zijn niet altijd even goed te vergelijken en hierdoor kom je sneller op verschillende resultaten uit. Leeftijd en trainingsgeschiedenis van de paarden wisselden en bovendien is hyperflexie niet overal in dezelfde mate van buiging onderzocht.

Momenteel geeft de wetenschap dus meerdere antwoorden, maar de nadelen en risico’s van hyperflexie laten de voordelen ver achter zich. Daarom lijkt hyperflexie mij geen passende of juiste techniek voor de reguliere wedstrijdruiter, zonder team van opgeleide professionals om het welzijn van het paard te monitoren. Er zijn veel leukere en minder stressvolle methodes om je paard te trainen, waarbij je geen wekelijkse controle van een paardenarts of fysiotherapeut nodig hebt.

Ik zie hyperflexie als een vorm van yoga. Het kan namelijk wel degelijk met de juiste opbouw een fijne rekoefening zijn, maar voor een korte periode en niet teveel in één keer. Bovendien moet de ruiter het paard er niet in dwingen, dus zonder fysieke druk. Even terug naar het begin: als jij in de Ploeg zou liggen en iemand zou op je benen gaan zitten, hoe lang blijft het dan voor jou leuk?

Bewaren

Bewaren