Veelgestelde vragen

1. Wat heb ik precies nodig voor een eerste les?

Voor een eerste les heb je nodig: een gewoon stalhalster, een halstertouw, een paddock/bak waar jouw paard los mag en een voerbak/emmer. Als het lukt ook nog het volgende, maar dit neem ik zelf ook altijd mee voor een eerste les en kan je dus ook van mij gebruiken: voer (grasbrokjes, hooibrokjes, vitaminebrokjes, of iets dergelijks), luzerne, een heuptasje waaruit je makkelijk en snel kan voeren, een clicker en een target.

 

2. Doe jij een soort Natural Horsemanship?

Nee, helemaal niet zelfs. Natural Horsemanship (NH) is ook grotendeels vanaf de grond, maar daar houdt de overeenkomst wel een beetje op. NH gaat uit van dominantie en leiderschap. Deze begrippen zijn niet van toepassing op onze relatie met paarden, en zorgen vooral voor veel miscommunicatie. Voor jouw paard hoef je je niet op te stellen als de baas, maar gewoon als jezelf. Bovendien wordt er met NH vooral gewerkt met aversieve druk. Het paard vindt deze druk vervelend en werkt ervoor om deze druk weg te krijgen. Dit is negatieve bekrachtiging.

Ik werk met positieve bekrachtiging, zonder aversieve druk dus. Hierbij focus je op het goede en als het paard het juiste gedrag laat zien, beloon je jouw paard.

 

3. Ik wil niet dat mijn paard het voor een voertje doet, maar dat mijn paard het voor mij doet. Hoe zit dat?

Vaak gebruiken mensen druk om een paard iets te laten doen, ook al is dat niet meteen duidelijk of hebben ze het zelf niet door. Als je geen druk meer zou gebruiken, zou het paard de oefening niet meer uitvoeren. Kortom: het paard deed het niet voor jou, maar vanwege de druk. Een leuke beloning is dan een leukere reden om iets te doen dan aversieve druk. Natuurlijk kan je paard -als sociaal wezen- wel iets voor jou willen doen, zoals jij ook iets voor een ander mens zou willen doen. In een relatie die gebaseerd op wederzijds plezier -zonder druk en angst- ontwikkelt dit zich vanzelf.

 

4. Met welk voer kan ik het beste trainen?

Bij paarden beginnen we eigenlijk met de saaiste, minst lekkere beloning. Dit is bijvoorbeeld gewoon hooi (jahoor, werkt bij sommige paarden prima), of een gras- of hooibrok. We houden rekening met de lichaamsconditie van het paard en voeren dus zeker geen snoepjes. Ik merk dat veel paarden te druk worden als de beloning bijzonder lekker is, dus vandaar dat we bij de saaiste beloning starten. Je kan altijd nog iets lekkers erbij pakken.

Overigens belonen we ook vaak met kriebels, zoals op de hals of bij de staart.

 

5. Best gek, bij honden gebruiken we wel standaard de clicker, maar niet bij paarden. Waarom niet?

Geen idee! Ik vraag dit me ook al jaren af. Het heeft met mensen-redenen te maken, en niet zozeer met het verschil tussen hond en paard. Beide soorten kan je prima met de clicker trainen. Bij hondenscholen heb je iets meer gestructureerde bijscholing voor instructeurs, waardoor moderne kennis zich gemakkelijker verspreid. Wat ook kan meespelen, is dat we met meer empathie naar onze honden kijken. Honden sluiten we -als het goed is- ook geen dagenlang meer op in een hondenhok. Paarden nog wel helaas.

 

6. Als je gaat trailerladen, werk je dan met een halster of met een hoofdstel?

Het liefste heeft het paard helemaal niets aan: geen halster en geen hoofdstel. Bij trailerlaadproblemen is het belangrijk dat het paard goed door heeft dat wij het paard niets gaan laten doen: het paard mag er zelf voor kiezen. Of niet! Door dit verschil te benadrukken, wordt de situatie een stuk veiliger en minder explosief.

Als het niet mogelijk is omdat de trailer niet op een afgezet stuk kan staan, werken we met een gewoon halster en een halstertouw.