28 oktober 2022 
8 min. leestijd

"Wat wil mijn paard?' is een moeilijke vraag

Ik ben niet zo’n goede schrijver. Van nature leg ik rare, onlogische verbindingen in mijn hoofd. Mijn ADHD speelt daar vast een rol, maar het is meer dan dat. Ik vind het zelf erg leuk en verveel me nooit, maar dingen uitleggen aan mensen met een andere beleving is lastig voor me.

Bijna onmogelijk. Werkelijk waar, dit is geen neppe bescheidenheid. Ik ben niet bescheiden. Schrijven kan ik van nature echt niet zo goed.

Ik vergeet het kader te scheppen, begin per ongeluk met de clou van mijn verhaal, betrek zaken die niet van belang zijn -behalve voor mij (wow, had je die merel daar ook gezien?)- en ben ik super kort van stof.

Geen geboren dichter.

Ik heb verschillende trainingen gevolgd over het schrijven van goede, logische, heldere teksten. Op de universiteit, maar ook als paardenprofessional en ondernemer. Teksten zoals essays en blogs. Ik heb hier zoveel uren training, frustratie, tranen, koffie en plezier ingestoken dat het nu best goed gaat.

Rudie daarentegen is een tovenaar met woorden (heb je trouwens zijn eerste boek al gelezen?) en moet altijd een beetje lachen om mijn gebrek. Zijn mooiste voorbeeld is dit verhaal, wat ik hem jaren terug eens vertelde:

Ik was een keer ergens, en toen zat er een gat in mijn rietje.” 

Dat was mijn hele verhaal.

Nu zie ik in hoe ik dit verhaal beter had kunnen maken. Het ging mij namelijk om de rare sensatie in je mond, maar daar gaat het nu niet over. Ik dwaal weer af.

De reden van deze lange opening is dat ik mezelf carte blanche geef voor dit verhaal. Ik corrigeer mezelf niet en pas me deze keer niet aan. Ik vertel je alles wat ik wil vertellen. Ik weet dat dit geen catchy goed verhaal gaat worden. Ik ga van de hak op de tak. Je zal mijn punt missen, en weer vinden. Je zal misschien boos worden, je aangesproken voelen? Ik hoop dat je het aankan, en dat je het me vergeeft. Het verhaal gaat niet over jou, maar over ons. En ik hoop dat je dat snapt.

Dierfilosoof dr. Eva Meijer zei eens: “Niet alles is zo simpel dat het perfect in een power point past.” En dat vond ik zo mooi. Mij is altijd geleerd dat je de moeilijkste dingen makkelijk kan maken, als je ze goed begrijpt. Maar ik kwam zelf te vaak dingen tegen die niet zo eenvoudig te maken waren. En zo is het met dit onderwerp ook.

 

Ik haat deze vraag. Het maakt me ongemakkelijk en zelfs gefrustreerd, en daar schaam ik me dan weer een beetje voor. Maar het gebeurt. Er is zoveel mis rond deze vraag, dat ik niet goed weet waar ik moet beginnen. De vraag is in principe mooi, maar er is… zoveel… Ok, ik begin dan maar.

Mensen vinden dít echt DE vraag. Dit is the holy grail. Als we dit toch eens konden achterhalen... Dan zou alles perfect zijn. “Ik zou er alles voor geven om te weten wat mijn paard nu echt wil.” Onzin. Ik vrees dat we met onze menselijke fixatie op deze vraag onszelf voor de gek houden. Om de tuin heen leiden, en om de hete brei heen draaien. The Holy Grail is nep.

Ik vind het een beperkte vraag. Hoe moet een paard hier op antwoorden? De chaos van zo’n antwoord van een dier is echt niet heel veel anders dan de chaos in jouw hoofd, als ik vraag wat jíj wil. Ik vraag dit wel eens aan mensen “Wat wil jíj?” en niemand heeft hier een helder antwoord op. Het is ook lastig. Als we als mensen wisten wat ons gelukkig zou maken, waarom zijn er dan zoveel ongelukkige mensen? En soms denken we te weten wat ons gelukkig maakt, terwijl dat niet klopt.

Vegan roze koeken? Hoe realistisch moet het zijn? Ik wil de hele dag door koffie drinken en ‘s avonds perfect slapen. Ik wil zelf alles van de wereld kunnen eten, zonder daarmee mijn CO2 voetafdruk te vergroten, zonder diabetes te ontwikkelen, zonder dat daar dieren voor geschaad zijn en zonder dat er mensen zijn die hiervoor geen eerlijk loon hebben gekregen. Ik wil kunnen eten zonder dat er vrachtwagens op de snelweg hoeven rijden. Ik wil kunnen eten zonder te moeten poepen. Ik wil alles kunnen eten zonder misselijk te worden.

 Ik wil heel veel tijd en rust voor mezelf. Ik wil dat ik onderdeel ben van Friends en dat we er heel vaak samen koffie drinken, zonder dat het een TV-serie is. Ik wil videospelletjes spelen met Joey en Chandler. Ik wil Smelly Cat in het echt horen. Ik wil Monica’s structuur in mijn leven. En ik wil maximaal 1 sociale activiteit per week en nooit reizen. Ik wil 2x per week bellen met mijn vier beste vriendinnen. Maar niet vandaag, en ook niet morgen. Sterker nog, als ze me bellen, neem ik vaak niet op.

 Ik wil dat alle boomers minder invloed hebben en heel hard lachen om het instagram account onderhoudsarmoe, en ik wil dat iedereen zichzelf mag zijn. Ik wil dat het basisinkomen er komt, maar ik wil het er niet over hebben op verjaardagen. Ook niet met Tante Petra. Ik wil mensen soms hardhandig door elkaar schudden en ik wil iedereen met respect behandelen. Ik wil in de ochtend dat ik de avond ervoor mijn kleren heb klaargelegd voor de volgende dag, maar dat wil ik in de avond niet. Ik wil dat Pluto een planeet is en dat Romy en Tante Hil er weer zijn.

Wat wij als mensen willen, is vaak super tegenstrijdig. We twijfelen en willen het ene moment A en het andere moment B. Dat is 100% oké en niets raar of iets om je voor te schamen. Maar als we ons de grote vraag stellen “Wat wil mijn paard?” is het niet juist om te denken dat paarden door een goddelijke interventie de perfecte kennis, ervaring en inzichten hebben die ervoor zorgen dat ze deze vraag wél perfect kunnen beantwoorden.

Voor sommige mensen is de vraag: “Wat wil je drinken?” al een aanslag op hun hersenpan. “Ja, doe maar iets!”.

En door hier niet eerlijk over te zijn, vergroten we de emotionele kloof tussen mens en paard.

Een tweede punt: de juiste dingen ‘willen’, waarmee we echt vooruit komen in het leven, en ons leven op een emotioneel rijke en bevredigende manier kunnen inkleden, is een levensvaardigheid. Dit is een onderdeel van volwassen worden, lijkt me. Het is een afweging, een balans tussen ratio en emoties. Je wil dat andere mensen je aardig vinden, maar tegelijk wil je ook jezelf aardig vinden. Met emotionele volwassenheid leer je hierin te schipperen. Als je 17 bent en aan ’t comazuipen bent in Salou (dat is vast nog steeds een ding?) heb je minder vaardigheden om slimme beslissingen te maken waarmee je meer jezelf wordt, en meer tevreden en weerbaarder.

Je kan en mag dus ook niet verwachten dat een paard met een emotionele ontwikkelingsachterstand ons de Holy Grail kan geven door even te vermelden wat haar/hem gelukkig maakt. Dit betekent niet dat we de vraag “wat wil mijn paard” niet moeten stellen, maar de vraag is niet zo hyperbelangrijk en heilig als we soms denken.

Een derde punt: stel, een paard staat 18 uur per dag op stal. Geen sociaal contact en beperkt hooi. Het paard is ellendig. Maar met een magisch drankje kan het paard gedurende 1 dag onze mensentaal spreken.

En dan zegt dat paard, op rustige, en communicatief vaardige toon: ik wil niet meer in die stal.

Nu bestaat dit drankje natuurlijk niet, maar wat zou er gebeuren als een paard dingen aangeeft die tegen onze menselijke wensen in gaan?

Wat als het paard zou zeggen:

  1. Ik wil niet leren spelen met die stomme skippybal. De bal stinkt naar plastic en ik vind het eng. Iedere keer dat jij die stomme bal naar me gooit, vind ik de bal steeds enger worden, en jou steeds stommer.

  2. Ik wil mijn lichaam niet beter leren gebruiken. Hoe vaak zit jij wel niet als een zoutzak op de bank? Waar je dan ook  nog eens een zak chips bij open trekt? Als ik als een zoutzak wil staan, mag ik prima als een zoutzak staan. Het is míjn lichaam. Ik wil best af en toe wat rennen en gymmen, maar niet zoals jij het nu van mij verlangt.

  3. Jouw parfum maakt me misselijk. Het is dat ik niet kan overgeven, maar man man man…

  4. Ik háát longeren. Zullen we het een keer omdraaien? Ik sta in het midden en jij rent rondjes? Als je te langzaam gaat, sla ik je met de zweep. Niet heel hard hoor. Maar gewoon even duidelijk.

SPOILER: Een paard hoeft niet te kunnen spreken om dit soort dingen te vertellen. Paarden communiceren continu wat ze wel en niet willen, zonder magisch drankje. Alleen luisteren de meeste mensen slecht. Het is niet zo moeilijk om te achterhalen wat je paard wil: doe gewoon niets en volg het initiatief van je paard.

Heb je druk op het touw nodig, of een zweepje? Of een strenge stem? Voor mij persoonlijk is dat prima, maar het is een SUPER helder teken dat jouw paard “nee” zegt. Toch?

En dit maakt me zo “mwehh” soms. Aan de ene kant willen we allemaal dat ons paard 100% gelukkig is en zouden we ALLES voor ze doen. (Ik moet dan altijd denken aan zo’n arme vrouw op TV, jaren terug. Ze was duidelijk gecast als dom en oppervlakkig, wat NIET oké was. Patriarchaat ten top. Maargoed, ze ging op een vreselijke manier met haar hondje om en zei in hetzelfde fragment “Ja, me Gukkie is me alles”. D*mn.)

Maar goed, we willen allemaal dat ze gelukkig zijn, maar dan nog luisteren we niet als ze communiceren. Als paarden dissociëren van stress, denken we dat ze er wel doorheen komen. Als paarden staan te schrapen wanneer ze worden opgezadeld, denken we dat ze grappig zijn. Als paarden weglopen zodra ze hun mens in de weide zien, zitten we ze net zolang achterna totdat ze het opgeven. Als pony’s hun oren plat in de nek leggen leggen, gillen we naar onze kinderen dat ze hun pony onder controle moeten houden. Als een paard aangeeft niet door een vliegergordijn heen te willen, zetten we druk op het touw of geven we ze voertjes, waardoor ze over hun eigen grenzen heen denderen. Als een coachingspaard spuitpoep heeft van angst en een ongezonde hechting heeft aan de enige persoon die ze ziet, want wellicht kan deze persoon haar helpen, vinden we het zo mooi dat het paard als een mak lammetje achter de “leider” aanloopt. Als we jonge paarden op meerdere plekken tegen moeten houden om een dekje op de rug te leggen, of in te vlechten, hopen we dat ze later vooral gelukkig gaan worden.

Het lijkt ons te laten geloven dat er één grote heilige waarheid is, terwijl er zoveel kleine aanwijzingen in alledag zitten. Laten we de Holy Grail niet meer zo achterna zitten, en gewoon beginnen met de kleine stukjes.

Over de schrijver
In mijn aanpak staan empathie en nieuwsgierigheid centraal. Het paard hoeft niet gehoorzaam te zijn, maar mag juist leren om op een veilige manier te communiceren. Angst en stress verdwijnen niet als een paard 'gewenst gedrag' laat zien, dus "braaf maar bang" is totaal niet wat we zoeken.Mijn droom is dat we emotioneel welzijn net zo belangrijk gaan vinden als lichamelijk welzijn. Ik hoop dat we dezelfde aandacht ontwikkelen voor de emotionele problemen van onze paarden als voor hun lichamelijke problemen. Ik werk daarom met positieve bekrachtiging en met keuzevrijheid voor het paard. Voor mij is het belangrijker hoe jij en jouw paard zich voelen dan hoe het eruit ziet.
Reactie plaatsen